GROTTEN/ SPELEOLOGIE

  De ingang is nauw, modderig en koud. Kruipend door de natte entree komen we na een aantal meters in de eerste grote ruimte. Druipsteentaferelen bepalen het zicht. Om iedereen in deze eerste ruimte te krijgen moeten we flink proppen, maar het lukt. Steeds verder en dieper brengt deze tocht ons de aarde in, en als de lampen doven zie ik geen hand voor ogen, aardedonker is toepasselijk.


Telkens als ik denk "daar kom ik nooit doorheen", verbaas ik me toch weer hoe klein een ruimte je maar nodig hebt om jezelf er door te wringen. Na uren onder de grond voelt het warm buiten bij het verlaten van de grot.

 

.

Dit is iets om nooit meer te vergeten!!!